Home  |   Vijver  |   Planten  |   Vissen  |   Zwemvijver  |   Over ons

Soorten vissen

Goudvis - Carassius auratus

Lengte tot maximaal 30 cm. De goudvis is een karperachtige en dus een vis die van nature het voedsel op de bodem van de vijver zoekt, waarbij hij ook het nuttigen en vernielen van onze dierbare zuurstofplanten niet schuwt. De soort krijgt heel makkelijk nageslacht waarbij de jonge vissen soms tot drie jaar na de geboorte nog donker van kleur zijn. Deze twee eigenschappen maken eigenlijk de goudvis tot een minder welkome bewoner in onze siervijver (woelen en kans op overbevolking)

Sarasa

De sarasa is een kleurvariëteit van de goudvis, met rode en witte kleurvakken. Deze vis schijnt zich naar onze maatstaven beter te gedragen in de vijver en dus minder te woelen en aan de zuurstofplanten te vreten.

Komeetstaart

Ook de komeetstaart behoort tot de familie van de goudvis, maar heeft de naam minder te woelen dan de echte goudvis.

Goudwinde – Leuciscus idus

Eigenlijk de meest ideale vijvervis gezien het feit dat deze soort niet op de bodem woelt en een insecteneter is en geen planteneter. Echter ken ik ook voorbeelden van vraatlust op planten. Er zijn mij tenminste twee praktijkvoorbeelden bekend dat nieuw aangebrachte zuurstofplanten binnen de kortste keren door goudwindes werden stukgetrokken en verorberd. Dit is echter zo incidenteel dat het voor u niet een reden mag zijn om deze vissoort uit uw vijver te weren. De goudwinde is een scholenvis, dat betekent dat u altijd meerdere exemplaren tegelijk aan moet schaffen en in de vijver uitzetten. De vis is slank (peen)vormig en lichtoranje van kleur, soms met één of meerdere zwarte plekken.

Zilverwinde - Leuciscus leuciscus

De wildkleurvorm van de goudwinde, dat wil zeggen een donkere rug en lichte buik. Deze soort staat bekent om zijn enorme springvermogen. Vooral ‘s avonds zullen ze op jacht naar muggen e.d. erg actief zijn en soms wel tot 40 cm. boven het water uitspringen. Door z’n donkere kleur echter valt deze vis minder op in het water dan de goudwinde.

Driekleurwinde

Een kleurvariëteit van de bovengenoemde soort met een opvallende kleurschakering in roze, bruin en blauw.

Blauwe winde

Ook dit is een variëteit van de soort. Kenmerkend is de (donker)blauwe rug op een lijf met de kleur zoals de driekleurwinde.

Goudminnow of goudelrits

Een schattig visje welke niet groter wordt dan ± 8 cm. Uiterlijk lijkt de goudminnow op kleine goudwindes, met dit kenmerkende verschil dat de buik crèmekleurig is en bij de goudwinde bijna wit. De goudminnow kleeft de te leggen eieren vaak in grote aantallen aan de onderkant van bijvoorbeeld de waterleliebladeren. De hoeveelheid jongen die geboren worden lijkt soms onwaarschijnlijk groot. Toch is de kans op overbevolking niet erg groot omdat het leeuwendeel van de jongen het eerste levensjaar meestal niet haalt als gevolg van natuurlijke vijanden. Ook de oude vissen sterven vaak af nadat er een grote hoeveelheid jong broed in de vijver afgezet is.

Shubunkin

Bekende vijvervis in een bont kleurenpatroon. De hoofdkleur is meestal blauw, vandaar ook de naam blauwe shubunkin. Er kunnen prachtig getekende vissen tussen zitten met de kleuren blauw, rood, wit, zwart en brons. Een gewilde variëteit is de soort met opvallend lange sluierstaart en vinnen. De kans op nakomelingen bij de shubunkin is groot waarbij de jongen vaak al het eerste jaar op kleur komen.

Rozette of goudvoorn – Rutilis rutilis Auratus

Snelle vijvervis, uiterlijk lijkend op de winde met een mooie bronskleur en vaak rode vinnen. De rug is meestal wat donkerder gekleurd waardoor ze wat minder opvallen dan de goudvis of goudwinde. Bij de variëteit goudrozette is rugkleur echter mooi egaal oranjebruin.

Sluierstaart oranda– Carassius auratus

Gedrongen vis met ovaalrond lichaam en een meerdelige staartvin welke soms langer is dan het eigenlijke vissenlichaam. We kennen ook hier verschillende kleurvariëteiten, zoals rood, zwart, rood/wit, calico (zoals shubunkin) en wit met een rode ‘pet’.

Sierkarper (KOI)

Prachtig gekleurde vissen welke ook nog eens handtam kunnen worden. Door veel liefhebbers gezien als een soort huisdier. In de praktijk blijkt dat je bij dit soort vissen problemen kunt verwachten met de aanwezige onderwater (zuurstof)planten, omdat karpers (en ook andere bodemvissen c.q. planteneters) de neiging hebben van de onderwaterflora een gigantische puinhoop te maken.Voor het houden van sierkarpers komt heel wat meer kijken dan simpel een vijver in de tuin en hup……. vissen uitzetten. Een goedwerkend geavanceerd filtersysteem is in de meeste gevallen een must. Kijk voor meer informatie hierover bij filters.

Goudkarper

Ook een echte karper en dus niet geschikt om in een plantenvijver te huisvesten.

Grondel (algeneter)

Heel vaak krijgen we de vraag of wij ook algeneters verkopen. De achterliggende gedachte is duidelijk, het zou natuurlijk prachtig zijn als met behulp van een vis van het lastige algenprobleem af zou kunnen komen. De praktijk is echter dat deze vissen buiten het feit dat ze wel wat algen van de vijverkant zullen grazen, meer nog op de bodem woelen en door hun gedrag het vijverwater kunnen vertroebelen. Nu is het wel zo dat in troebel water geen algen kunnen groeien, maar ik kan me niet voorstellen dat troebel water de bedoeling kan zijn. Wees dus heel terughoudend in het uitzetten van plantenetende en bodemwoelende vissen.

Goudzeelt – Tinca tinca auratus

Dit wordt wel de dokter of medicijnvis van de vijver genoemd, door de dikke en geneeskrachtige slijmhuid van deze vis. Helaas is het zo dat ook deze zeelt een bodemvis is en door woelen etc. zal zorgen voor vertroebeling van het vijverwater.

Zonnebaars – Lepomis gibbosus

Prachtig, maar toch niet erg opvallende vis voor de siervijver. De zonnebaars is een echte rover en zal dan ook kunnen zorgen dat er geen overbevolking van de vijver optreedt. Niet alleen echter jonge visjes maar ook minder gewenste bewoners zoals de larve van de roofkever en bootsmannetjes worden door de zonnebaars aangevallen en geliquideerd. Zet echter liefst maar één exemplaar uit in de vijver omdat je anders het risico loopt dat er teveel nageslacht komt en deze vis heeft indien volwassen een eigen territorium dat hij met verve zal verdedigen.

Steur

Zeer geliefd bij veel vijverliefhebbers, maar als ergens het gezegde ‘bezint eer ge begint’ opgang doet, is het hier. De steur vraagt een ruime vijver, zuurstofrijk en kwalitatief goed water. Bedenk dat een steur z’n voedsel op de bodem zoekt en daardoor voor vertroebeling van het water kan zorgen.De steur heeft een slecht zichtvermogen en een vrij ruwe huid. Zo ruw dat het al meerdere keren is voorgekomen dat de vis zich verstrikt zwemt in draadalgen of wieren, zelfs in zuurstofplanten. Indien dit gebeurt en wij grijpen niet snel genoeg in, kan de vis sterven. Steuren worden vaak gehouden in combinatie met sierkarpers, een nadeel kan zijn dat steur niet bestand is tegen sommige bestrijdings- of geneesmiddelen die voor karpers soms een noodzakelijk kwaad zijn. Let in voorkomende gevallen goed op de beschrijving op de bijsluiter.Er zijn een aantal soorten steur waarvan we er hier ter completering een paar zullen noemen:

  • Siberische steur - Acipencer beari
  • Diamantsteur - Acipenser guldenstaedtii
  • Lepelsteur - Polyodon spathula
terug naar top