Home  |   Vijver  |   Planten  |   Vissen  |   Zwemvijver  |   Over ons

Filters

(Voor plantenfilters even doorscrollen naar beneden)

Willen we veel vissen in de vijver of soorten zoals karpers (koi), grondels, zeelt, steur of andere bodemvissen dan zullen we in de meeste gevallen niet zonder een vijverfilter kunnen.

We dienen in dit geval te zorgen voor een biologische filterinstallatie van voldoende capaciteit. Een specifiek advies voor wat betreft grootte e.d. is moeilijk in zn algemeenheid te geven. Wel wordt aan de hand van schetstekeningen duidelijk gemaakt hoe het principe van een filter opgebouwd dient te zijn. De te gebruiken materialen zijn als voorbeeld bedoeld, er zijn vele alternatieven.

Waar het in principe om gaat is dat het vervuilde water via allerlei filtermaterialen tweeërlei gereinigd wordt. In eerste instantie wordt het zweefvuil er mechanisch uit gefilterd met behulp van filterborstels, lava, substraat, Japanse matten, filterwatten, sponsen, etc.

Het water loopt ook door of langs keramiek- of kunststofmaterialen, waar zich miljarden bacteriën hebben gevestigd. Deze bacteriën breken de verontreinigingen biologisch af door o.a. ammoniak om te zetten in nitriet en nitriet in nitraat. Nitraat is een vrij onschuldig product dat als voedingsstof door planten opgenomen wordt. Hierbij is het van belang dat het filter voldoende capaciteit moet hebben, als er teveel water in te korte tijd langs te weinig bacteriën stroomt, zal het water niet gezuiverd kunnen worden.

Daarnaast zal een UVC apparaat (ultravioletcleaner) in de meeste gevallen ook tot de voorwaarden behoren. Dit apparaat, waar het water langs een UV lamp gepompt wordt, zorgt ervoor dat het water visueel helder blijft doordat zweefalgen (herkenbaar aan groen water) gedood worden. Ook bacteriën, ziektekiemen, etc. worden door de UV stralen geëlimineerd. 



Bacteriën sterven bij het stopzetten van het filter heel snel af, terwijl het na het opstarten van het filter maanden duurt voordat deze zelfde bacteriën zich weer voldoende ontwikkelen.
Laat daarom als het even kan het filter in de winter gewoon doorlopen. Zolang het water stroomt, zal het niet bevriezen. Alleen bij strenge en langdurige vorst moet u misschien ingrijpen. Zorg er dan wel voor dat u bijtijds het water uit het filter, maar ook uit het UVC verwijderd.

Naast een goed filtersysteem is het ook van het grootste belang dat regelmatig alle afval in de vorm van blad e.d. uit de vijver verwijderd wordt. Karpers en andere bodemvissen hebben de neiging om op de bodem naar voedsel te zoeken en ze zullen, indien er een modderlaag(je) aanwezig is, continue het water vertroebelen.

Koikarpers mogen pas in de vijver nadat het filtersysteem opgestart is. Wees voorzichtig met te veel vissen ineens.

 

 

De aanleg en het gebruik van een helofytenfilter. (=plantenfilter)

Type 1:

Door het houden van (vaak te veel) vissen in de vijver gebeurt het nogal eens dat het water dusdanig vervuilt dat de aanwezige planten het water niet in balans kunnen houden (lees helder houden). Nu zijn er de laatste jaren nogal wat filters en filtersystemen op de markt gekomen die prachtig als hulpmiddel kunnen fungeren en (mits van voldoende capaciteit) voor prima resultaten zorgen.

Echter niet altijd is het datgene wat men als vijverliefhebber wil, ik hoor steeds vaker de wens dat men naar mogelijkheden zoekt om het water op een zo natuurlijk mogelijke manier helder te houden.

Het gebruik van een helofyten (=moeras)filter kan zeer goede resultaten opleveren, een nadeel kan zijn dat hiervoor wel extra ruimte beschikbaar moet zijn.

Globaal komt de werkwijze op het volgende neer: Het water uit de vijver wordt met behulp van een (vuilwater)pomp in een moeras gepompt, waar het door een filtersubstaat beplant met moeras- en oeverplanten loopt. Met name de hierin groeiende planten zullen door het opnemen van het benodigde voedsel de verontreinigingen uit het water halen.

 

Schematisch opzet biologisch evenwicht
Schematisch opzet biologisch evenwicht


De vraag is nu, hoe leg je zo’n helofytenfilter aan en hoe groot moet zoiets zijn.

Welnu, zoals dat meestal gaat, is ook hier het stellen van een vraag eenvoudiger dan het geven van een duidelijk eensluidend antwoord. We zullen echter proberen of we daar door het geven van wat algemene tips en voorbeelden uit kunnen komen. In de eerste plaats de technische realisatie; een methode die wij meerdere keren hebben toegepast en geadviseerd wordt hieronder kort omschreven en verduidelijkt met een schets.

In de buurt van de vijver wordt een nieuwe vijver gegraven met een egale diepte van ± 40 a 50 cm. De vorm van deze moerasvijver doet er niet zoveel toe, het mag zelfs smal, langgerekt zijn als het ware in de vorm van een sloot. Belangrijk is wel de oppervlakte van deze moerasvijver, hier geldt simpelweg: hoe groter, hoe beter. De minimumeisen hieraan gesteld worden in direct verband gesteld met de hoeveelheid en soorten vis in de vijver, en uiteraard of er sprake is van een ondersteunend filter of dat dit filter het geheel moet klaren.

Als minimum stel ik 10 % van de oppervlakte van de vijver voor en zoals gezegd een maximum is er niet.

Een absolute vereiste is wel dat het niveau (bovenkant moerasvijver) minimaal 15 cm. hoger ligt dan de vijver.

Nu de filtervijver gegraven is brengen we eerst een stevige beschoeiing aan, dit kan in de vorm van (hard)hout, steen of (en dat heeft mijn voorkeur) platen en stroken gerecycled kunststof. Dit laatste is makkelijk verwerkbaar en absoluut onderhoudsvrij, daar komt bij dat de kleur onopvallend neutraal is.

Voor de verdichting gebruiken we minimaal EPDM rubberfolie van 1 mm dik. Op de bodem leggen we b.v. spiraalsgewijs drainagebuis waarvan we één eind afsluiten en het andere eind tot aan de rand van de moerasvijver brengen om daar de persslang van de vijverpomp aan te sluiten. Op de bodem komt nu een laag grint van ± 20 cm. en dit grint bedekt dus de gelegde drainagebuis. We leggen een laag antiworteldoek op het grint en brengen daaroverheen een laag vijversubstraat aan van minimaal 15 cm. In dit substraat worden de moeras- en oeverplanten geplant. Reken op 6 a 8 planten per m² en beperkt u in de soorten. Ik bedoel hiermee dat het effectiever is om 1 of 2 hooguit 3 soorten te planten dan een bonte mengeling van meerdere soorten.

Soorten die zeer goed te gebruiken zijn in een moerasfilter zijn o.a.:

- Phragmites australis - gewoon riet
- Sparganum erectum - grote egelskop
- Scirpus lacustris - mattenbies
- Alisma plantago aquatica - waterweegbree
- Carex pseudocyperus - zegge
- Iris pseudocyperus gele lis
- Ranunculus lingua GrandiFlora - grote boterbloem
- Veronica beccabunge - beekpunge
- Hydrocotyle vulgaris - waternavel
- Nasturtium officinale - witte waterkers

Op de voorgrond kunt u eventueel nog wat Myosothis palustris (moerasvergeet-mij-nietje) of Menyanthus trifoliata (waterdrieblad) planten. Zolang er open water in het moerasfilter aanwezig is, is het raadzaam in de zomer (vanaf half mei) waterhyacint op het water te leggen. Deze planten zullen een gigantische hoeveelheid voedingsstoffen uit het water halen. Houd er rekening mee dat de planten niet netjes op de plaats blijven staan waar u ze geplant hebt, maar dat ze het hele moerasfilter zullen doorgroeien.

De capaciteit van de pomp dient ongeveer éénderde van de inhoud van de vijver te zijn.
Maar dit is ook afhankelijk van de grootte, waterdoorlaatbaarheid en terugvloeicapaciteit van het helofytenfilter.

Hieronder zien we nog een paar tekeningen ter verduidelijking een en ander.

Doorsnede tekening:

Doorsnede tekening

 

 
Schematische doorsnede moerasfilter
Schematische doorsnede moerasfilter


Type 2:

Hieronder zien we schematisch een ander voorbeeld hoe je een plantenfilter maakt zonder dat het hele gat volgestort wordt met grint en substraat en waarbij je de ontwikkeling van de planten beter in de hand houdt en makkelijker kunt corrigeren.

De werking is hetzelfde en ook de keuze van de planten hoeft niet anders te zijn.

Het principe is eenvoudig: Je graaft een vijver(tje) naast of in de nabijheid van de vijver met een totale diepte van ± 50 cm. waarbij je er rekening mee houdt dat bovenkant hiervan ± 10 a 20 cm. hoger komt te liggen dan de bovenkant van de vijver welke gefilterd wordt.

We brengen op traditionele wijze 1 mm dik vijverfolie aan (liefst EPDM rubber) waarbij we dus zorgen dat de rand stevig afgewerkt wordt met stenen, hout of kunststof. Uiteraard kunnen we ook gebruik maken van een kant en klare polyester of kunststofbak.

In de zijkant wordt onderaan een doorvoer gemaakt waar het water uit de vijver in het plantenfilter gepompt wordt. We hebben met de maatvoering rekening gehouden met de afmeting van z.g. veenmankisten (op een tuincentrum of plantenkwekerij te koop a ± 3 euro per stuk) Deze kratten hebben een afmeting van 40 x 60 cm.

We plaatsen eerst steunen door middel van stenen of tegels op de bodem van het plantenfilter waar de kratten op gezet worden en wel zodanig dat de bovenkant van de kratten 5 a 10 cm onder de rand komen. In deze kratten leggen we vliesdoek of eventueel antiworteldoek en vullen deze kratten met vijversubstraat. Daarna beplanten met oeverplanten in de soorten zoals elders op deze pagina omschreven.

Het water wordt nu uit de vijver in het plantenfilter gepompt en stijgt naar boven door de bakken met planten die gretig de door ons ongewenste voedingstoffen uit het water zullen opnemen.

Het water zal dus via een door ons aangebracht laagste punt in de rand van het plantenfilter weer terugstromen in de vijver. Het resultaat zal zijn een heldere vijver zonder de door ons verfoeide zweefalgen.

De grootte van het filter is uiteraard afhankelijk van de grootte van de vijver en de visbezetting. Ook hier geldt: hoe groter het filter, hoe beter het resultaat. Als norm kunnen we stellen 1 a 2 kratten met planten per m3 vijverinhoud. De pompcapaciteit zal ± 20 a 40 % van de inhoud van de vijver moeten zijn.

 

 

terug naar top